Door op 6 april 2016

Gesmoorde discussie

In de raadsvergadering van gisteravond (5 april 2016) heeft de PvdA-fractie vragen gesteld over recente uitlatingen van wethouder Jon Herselman in de PZC. Wij hebben die vragen aan de burgemeester gesteld, omdat hij ook de voorzitter van het college is en wij wilden weten hoe het college zelf omgaat met het ongewenste beeld dat de wethouder in de krant oproept. De burgemeester beriep zich op zijn politieke neutraliteit en gaf slechts aan ‘verbaasd’ te zijn geweest toen hij het artikel over Jon Herselman las. In de verwarring, die ontstond over de interpretatie van het Reglement van Orde (het spoorboekje van de gemeenteraad), kregen de andere fracties helaas geen kans meer om vragen te stellen. Dat was jammer, want daardoor bleef het heel stil, op het verontwaardigde gesputter van de VVD-fractie na dan….

Onderstaande tekst is een letterlijke weergave van de toelichting die de PvdA gaf:

Geachte voorzitter, geachte raad,

De vragen die wij vanavond aan de orde willen stellen betreffen het artikel in de PZC van 12 maart waarin een exclusief interview met wethouder Herselman ons een inkijkje geeft in zijn dagelijks leven, zijn overtuigingen en zijn passies. Voor de mensen die meeluisteren: ik heb het over het artikel met een foto van Jon Herselman, aan de bovenzijde wethouder, aan de onderzijde een voetballer. Een vermakelijke foto en naar zal blijken, een treffend beeld.

Een wethouder in functie is eerst en vooral mede verantwoordelijk voor het bestuurlijke reilen en zeilen in de gemeente. Inwoners mogen het vertrouwen hebben dat het gemeentebestuur bestaat uit mensen die zich met hart en ziel inzetten voor de belangen van gemeente, de organisaties en de inwoners. De wethouder doet nu echter een boekje open over de grote spanningen in het vorige college (dat zoals u weet op één wethouder na identiek is aan het huidige college). Ook maakt hij melding van verschillen in inzichten tussen u – voorzitter van het college en tevens burgemeester – en hemzelf. De vraag is of het gemeentebestuur gebaat is bij een beeld van het college waarbij botsende karakters meer aandacht vragen dan de taken die op hun bordjes liggen. De uitspraken van de wethouder schaden het vertrouwen van inwoners in het gemeentelijk bestuur. Als inwoners hebben wij geen boodschap aan uw onderlinge conflicten, wij hebben liever dat u gewoon uw werk doet.

Dat laatste brengt ons bij het tweede punt van kritiek. In het interview geeft de wethouder duidelijk aan dat hij zich een ondernemer voelt en de politiek er maar bij doet. Ik citeer: ‘’Ach, ik doe mijn ding. Politiek is een van mijn activiteiten, maar ondernemer zijn vind ik eigenlijk veel leuker. Als ik op vakantie met mensen in gesprek raak en ze vragen wat ik doe, dan zeg ik altijd: ik ben ondernemer. Ik heb een eigen administratiekantoor, tot voor kort had ik samen met mijn vrouw een sportzaak en binnenkort openen we een horecatent. En ik doe óók nog wat in de politiek”. Einde citaat. Voorzitter, wij gunnen de wethouder van harte zijn succes als ondernemer. Hij werkt daar hard voor en stopt er veel tijd in. Voor datgene wat hij ‘ook nog in de politiek’ doet, is hij echter wel voor 75% van zijn werkweek aangesteld. Hij ontvangt hiervoor met ongeveer 3000 euro per maand een royaal salaris uit gemeenschapsgeld. Een bedrag waar twee éénoudergezinnen met een kleine beurs van rond moeten komen.

Deze wethouder  – die zegt een afschuw te hebben van politici die zo gehecht zijn aan het pluche dat ze niet de ballen hebben om op te stappen – heeft wat ons betreft hiermee laten zien dat hij zelf als wethouder over zijn houdbaarheidsdatum heen is. Op de kwaliteit van zijn politieke werk valt in onze ogen nog wel het een en ander af te dingen, maar nu hij ongevraagd zonder blikken of blozen verklaart dat zijn hart elders ligt, kunnen we niet anders dan constateren dat ook hij na 18 jaar blijkbaar op routine draait, maar niet het lef heeft om op te stappen.

De onderliggende vraag aan u en aan de coalitiefracties is dus: Hoe lang laat u nog met uw voeten spelen? Waarom staat u toe dat de wethouder  schade toebrengt aan de geloofwaardigheid van het gemeentelijk bestuur? Of verlost u hem uit zijn lijden en krijgt hij de kans zijn hart te volgen door fulltime ondernemer te worden?

Concreet willen wij van u en de raad antwoord op de vragen:

-Hoe serieus neemt u de afgesproken 75% tijdsbesteding als de wethouder ook 5 dagdelen per week beschikbaar wenst te zijn voor het ondernemerschap?

-Hoe denkt u het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur te kunnen behouden als een van de collegeleden op deze manier zijn medebestuurder te kijk zet? Wat voor beeld roept dat op van het gemeentebestuur als geheel?