Manifest aanpak armoede en schulden op de Bevelanden

21 februari 2018

Een leven in armoede is geen prettig leven. Aan armoede hangen veel nare verschijnselen: arme inwoners zijn ongezonder, hebben veel stress, leven in een onveilige omgeving. Armoede geeft veel leed.

Kinderen in armoede verdienen speciale aandacht
Volgens het rapport van de Kinderombudsman uit 2017 groeien 378.000 kinderen in Nederland op in armoede. Op de Bevelanden bedraagt het aantal kinderen in armoede: 2195. Opgroeien in armoede heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen en hun ontwikkelingskansen. Gezinnen in armoede kennen een materiële achterstand ten opzichte van welvarende gezinnen. Is er voldoende eten? Kan de huur worden betaald? Dreigt er geen uithuiszetting? Die omstandigheden leveren veel stress binnen het gezin op; immers het gehele gezin staat onder druk om dringende geldproblemen op te lossen. Zo schrijft de Kinderombudsman in haar rapport ‘Alle kinderen kansrijk’ dat: “Problemen en stress door geldgebrek voor meer conflicten met ouders zorgen. Daarnaast blijkt dat ouders met geldproblemen een grotere kans hebben op angst, depressie en andere mentale problemen. De stapeling van hun (geld)problemen en stress hierover, kan ertoe bijdragen dat ouders op een minder positieve manier beschikbaar zijn: zij hebben minder tijd, interesse en tonen minder betrokkenheid.”

Materiële achterstand betekent ook dat ouders minder kunnen investeren in hun kinderen. Kinderen van ouders met voldoende financiële middelen hebben speelgoed en vrijetijdsbesteding, die bij hun behoeften passen. Op vakantie gaan en hierdoor ervaringen hebben, die zij met hun leeftijdgenoten kunnen delen. Kinderen van arme ouders missen deze ervaringen en worden hierdoor belemmerd in hun cognitieve ontwikkeling en zijn hiermee sociaal geïsoleerder dan kinderen uit welvarende gezinnen.

Mensen in schulden
De schuldhulpverlening is sinds 2012 een wettelijke taak van gemeenten. Eén op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met problematische schulden. Van problematische schulden is sprake als mensen niet meer in staat zijn om hun schulden te voldoen of zij zijn opgehouden te betalen. Het algemene beeld is, dat iemand met problematische schulden het grotendeels aan zichzelf heeft te wijten. Uit onderzoek (bron: rapport Nationale Ombudsman, Burgerperspectief op schuldhulpverlening, p. 13) van het Nibud blijkt dat dit beeld moet worden bijgesteld. De belangrijkste oorzaken van betalingsachterstanden zijn: te hoge vaste lasten, inkomensdaling en te hoge zorgkosten. Ook speelt de onverwachte terugbetaling van toeslagen, zoals zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag, die -wat later vaak blijkt- onterecht zijn verleend, een grote rol in het toenemen van schulden. Laaggeletterdheid is een belangrijke oorzaak van het in de schulden komen. Brieven kunnen niet goed worden gelezen met alle gevolgen van dien.

Problematische schulden zijn de bron van armoede met grote gevolgen van dien. Stress over betalingsonmacht levert een verminderd denkvermogen op waardoor problemen zich opstapelen (zie het boek: Schaarste van Sendhill, Mullainathan & Eldar Shafir). De vraag is of mensen met problematische schulden wel zo zelfredzaam zijn als van hen door de samenleving wordt verwacht. Effectieve schuldhulpverlening is van groot belang in het bestrijden van armoede. Dit betekent dat er zo min mogelijk barrières in de toegang tot de schuldhulpverlening moeten worden opgeworpen. Ieder een met schulden, die hulp vraagt, moet worden geholpen. Dit betekent dat de toegang tot de schuldhulpverlening ruimhartig moet zijn. De mens met schulden staat centraal en niet de regels en het systeem.

Bereikbaarheid van voorzieningen
Er zijn heel veel regelingen en toelagen, die de ergste gevolgen van een leven in armoede verzachten. Een bijstandsuitkering om in het dagelijks onderhoud te voorzien. Minimaregelingen om te kunnen sporten en ook een keer naar het theater te kunnen. Toelagen om de kosten voor een chronische ziekte enigszins te kunnen dragen. Kleding van de Kledingbank en voedsel van de Voedselbank om de ergste nood te ledigen. Particuliere regelingen voor kinderen in armoede om mee te kunnen doen, zoals meegaan op schoolreis, of voor schoolspullen.

De huidige schuldhulpverlening bereikt maar een beperkt deel van degenen die hulp nodig hebben. Ook stille armoede moet worden bestreden. Dit betekent dat de gemeente bij uitvoering van haar wettelijke taken op dit terrein actief die armoede moet opzoeken en hulp moet aanbieden.

Er gaat veel geld om in het sociale domein. Ondanks allerlei regelingen, die de gevolgen van een leven in armoede moeten verzachten, neemt de armoede in Nederland niet af. De vraag is of deze regelingen -met alle goede bedoelingen van dien- de mensen ook daadwerkelijk bereikt. Is sociale zekerheid voor de mensen niet te  bureaucratisch geworden met een wirwar van regels, waardoor mensen, die hulp behoeven door de bomen het bos niet meer zien? Een folder en een tekst op de internetsite is onvoldoende om de doelgroep te bereiken.

Bestrijding van armoede hoog op de politieke agenda
De PvdA-fracties van de Zeeuwse Bevelanden vinden dat armoede als maatschappelijk verschijnsel moeten worden bestreden. De overheid en vooral de gemeentelijk overheid moet haar inwoners tegen armoede beschermen, zoals zij haar inwoners ook beschermd tegen ziekten en criminaliteit.

De PvdA-fracties van de Bevelanden menen dat armoedebestrijding en een effectieve aanpak van problematische schulden hoog op de politieke agenda horen te staan. Zij gaan hierbij uit van de volgende uitgangspunten en komen tot de onderstaande actiepunten. Doel van dit pamflet is dat de vijf Bevelandse PvdA-fracties aan de hand van dit pamflet de komende raadsperiode 2018-2022 zich hard gaan maken voor een beleid van de vijf Bevelandse gemeenten dat voldoet aan deze uitgangspunten en zich gaan inzetten zodat de actiepunten de komende vier jaar worden gerealiseerd.

Uitgangspunten:
1. Bestaanszekerheid geeft rust in de samenleving. Een goed vangnet is van essentieel belang voor de leefbaarheid van de samenleving.
2. Alle kinderen hebben gelijke ontwikkelingskansen. We geven jongeren een goede basis naar de volwassenheid. Kinderen die extra steun nodig hebben, krijgen deze in ieder geval van de (gemeentelijke) overheid.
3. Meer maatwerk bij het verlenen van een bijstandsuitkering. Bekijk de mogelijkheden om naast een uitkering te kunnen werken.
4. Ga uit van vertrouwen in de mens. De mens centraal en niet het systeem en de regels.
5. Mensen met (problematische) schulden hebben recht op goede en effectieve schuldhulpverlening. In principe wordt iedereen geholpen. Het weigeren van hulp is uitzondering.
6. Mensen met schulden worden niet overgeleverd aan de wild west-parktijken van sommige incassobureaus en deurwaarders. Zij worden beschermd door de overheid. Ook de overheid als schuldeiser houdt rekening met de kwetsbare positie van mensen met schulden.
7. Voorzieningen bereiken daadwerkelijk de mensen die dat nodig hebben.

10 actiepunten:
1. Het kind pakket dat door de Nationale Kinderombudsman is voorgesteld is leidend.
2. Komende vier jaar wordt geïnvesteerd in een effectieve aanpak van de schuldhulpverlening door de vijf Bevelandse gemeenten. De doelgroep wordt actief benaderd met een hulpaanbod.
3. Er wordt een apart beleid gemaakt voor bestrijding van kinderarmoede. De Klijnsma-gelden dienen ter dekking aan dit beleid.
4. De samenwerking tussen de gemeentelijke overheid en particuliere stichtingen in de bestrijding van de armoede wordt geïntensiveerd. Een loket voor alle ondersteunende minimaregelingen.
5. Voorlichting over de voorzieningen wordt geïntensiveerd en afgestemd op de mensen die deze voorzieningen nodig hebben. De gemeente wacht niet af totdat mensen zich melden, maar gaat actief op zoek naar de mensen die hulp nodig hebben.
6. Kinderen nemen volledig deel op school. Iedereen op schoolreis en kinderen hebben recht op leermiddelen zonder gezeur. De gemeente werkt nauw samen met de scholen in de bestrijding van kinderarmoede.
7. Stapeling van eigen bijdragen wordt voorkomen.
8. Ga bij de berekening van voorzieningen uit van het besteedbaar inkomen en kijk niet naar het totale inkomen.
9. Zorg voor goede financiële educatie voor jongeren voor een veilige (financiële basis) naar de volwassenheid.
10. Verleng de regelingen van jeugdige tot 18 jaar naar jongvolwassenen tot 21 jaar.